Vocaal Ensemble Bonifatius
Recensies
Synergie maart 2026
.Recensie Nieuwsblad van Noordoost Friesland, 10 maart 2026, pagina 7. Auteur: Rennie Veenstra
Koren Dokkum en Lelystad openbaren visie dirigent
Vocaal Ensemble Bonifatius uit Dokkum en Kamerkoor Lelystad worden niet alleen wekelijks door één en dezelfde koorleider, Jeroen Helder, gedirigeerd, maar worden tijdens de repetities eveneens onderworpen aan één en dezelfde visie op de koorzang: de Helder-visie.
Deze Helder-visie was zondagmiddag in de Dokkumer Grote Kerk de grote gemene deler bij een koorconcert, waarbij de genoemde koren deels afwisselend, deels gezamenlijk muziek uit de renaissance, de romantiek en de twintigste eeuw naar voren brachten.
Twintigste-eeuwer Bob Chilcott (1955) stond met twee meerdelige werken geprogrammeerd en zowel vanwege de kwantiteit als de kwaliteit zetten deze composities vooral de toon tijdens het concert.
Muziek kan de dood uitstellen luidt de moraal van een door hem getoonzette fabel van Aesopus, die, afgezien van de feitelijk waarheid, evenals de andere fabels in de reeks, door het Dokkumer koor zo mooi werd weergegeven, dat het denken aan de dood in ieder geval even kon worden uitgesteld. De titel, het verhaal (verluchtigd met beamerbeelden) en de moraal kwamen sprekend en zingend in alle facetten goed uit de verf.
Hetzelfde koor zong van dezelfde componist ook een geestelijk werk, namelijk A little jazz mass. In dit bijzondere stuk was pianist Jan de Roos meer dan stimulerend actief en wist hij als copiloot de koorzang nu eens tot korte en swingend-ritmische motieven aan te zetten, dan weer tot heerlijke lazy en easy listening harmonieën.
Voordat het koor uit Lelystad overging tot zelfstandige vertolkingen, vervulde het eerst zijn rol in de dubbelkorigheid van Mendelssohns motet Denn er hat seinen Engeln befohlen. Qua dialogen, waaronder enkele tekstoverlappingen, ging het prima bij de massale koorzang. Helaas overstemde deze de orgelpartij van Jan de Roos nogal en sneeuwde de hoge sopraanpartij ietwat onder.
Na Mendelssohn zong het koor op transparante wijze oude en wereldlijke a capella muziek van Cornysh, Desprez en Janequin, aanvankelijk met enige aarzeling maar al snel uiterst klankvol en overtuigend.
In het uit dezelfde tijd stammende Osculetur me (gebaseerd op het Bijbelse Hooglied), deed het Dokkumer koor volop mee en zorgde Jan de Roos voor ondersteunende orgelbegeleiding. Al naar gelang het werk, met daarin een vlechtwerk aan teksten, vorderde, bloeide de koorzang op en ging men soepeler om met de dynamiek.
Voordat de beide koren het programma afsloten met een zeer eensgezinde vertolking van Sure on this shining night van Morten Lauridsen (1943), steeds op tijd gas gevend en terugnemend, zong het koor uit Lelystad nog muziek van Stanford, Whitacre en Rutter. Uiteraard overeenkomstig de visie van niemand minder dan dirigent Jeroen Helder.
Fotobijschrift: De koren traden zowel apart als gezamenlijk op. (Foto: Sjoerd Hania)
Winterconcert februari 2025
.
Recensie Rennie Veenstra Nieuwsblad van Noordoost Friesland, 11 februari 2025
Koorjuwelen Vocaal Ensemble Bonifatius
Als composities op zichzelf zijn het Gloria van Vivaldi en Psalm 42 van Mendelssohn al stukken om van te watertanden, laat staan wanneer ze ook nog eens, zoals vrijdagavond in de Grote Kerk in Dokkum, vol overtuiging en met veel inlevingsvermogen worden uitgevoerd.
De uitvoering berustte bij Vocaal Ensemble Bonifatius, met vaste hand gedirigeerd door Jeroen Helder, dat, afgezien van solistisch neergezette recitatieven en aria’s, een groot deel van beide werken voor zijn rekening nam.
Van een stimulerende orkestbegeleiding daarbij was, vast en zeker vanuit financiële overwegingen, geen sprake, maar Cas Straatman (piano) en Dirk Luijmes (harmonium) zorgden voor een prima en vooral aangenaam luidende vervanging daarvan.
De beide muzikanten combineerden hun noten tot een prachtig geheel en gaven het koor telkens goede voorzetten, gepaste ondersteuning en veel dynamische stuwing.
Vivaldi’s Gloria was een barok koorfeest van jewelste. Bij alle Latijnse teksten klonken de frases goed adem-gesteund en fraai, zowel in de gezamenlijke textuur als in een meer uitgedund stemmenweefsel.
Nu eens stond de koorklank in zijn verticale harmonie letterlijk stevig als een huis, dan weer was deze, waar het bijvoorbeeld coloraturen betrof, van een uiterst flexibel gehalte. En in elk tempo was een ieder volledig bij de les.
Voor de solistische bijdragen van Aaike Nortier (sopraan) en Elles Venhuizen (sopraan) aan deze compositie niets dan lof. Hun duet ‘Laudamus te’ spande de kroon. Wat een prachtige stemmenmix, in klank bijna gelijkluidend en qua dynamiek perfect in balans.
Vivaldi’s geestelijke live-compositie werd gevolgd door een ingeblikte wereldlijke compositie, namelijk ‘Winter’ uit ‘De vier jaargetijden’. Hierop dansten de danseressen van Modèsto Dûns, onder leiding van Roaitske Slofstra, een dijk van een choreografie, niet gehinderd door een smal gangpad of de beperkte ruimte voor de preekstoel.
Met zichtbaar bibberende vingers van de winterkou gaven zij een geweldig mooie voorstelling ten beste, gehuld in dito kostuums.
Aan koor, solisten en begeleiders vervolgens de taak om de stap te zetten van barok naar romantiek. Dat lukte wonderwel in Mendelssohns Duitstalige bewerking van Psalm 42. Dynamisch mocht er en deed men ook meer dan bij Vivaldi en, daar waar het maar mogelijk was, liet men de koorzang in alle volheid opbloeien.
Er waren serene en stevige unisono-momenten, sterk ritmisch gearticuleerde passages, alerte reacties op de solozang en schone meerstemmige klanken in overvloed.
Een meewerkend mannenkwartet (Gerard Boukes, Jaap van der Geest, Jorn de Boer en Jelle Brandsma) kweet zich uitstekend van zijn taak en ook de solozang was, evenals bij Vivaldi, van een zeer hoog niveau.
Op vleugels van vrede juni 2024
Recensie Rennie Veenstra Nieuwsblad van Noordoost Friesland, 04 juni 2024
Vocaal Ensemble Bonifatius op vleugels door muziek
Door de compositie ‘Op vleugels van vrede’, geschreven door Henk-Doeke Odinga en zaterdagavond in de Grote Kerk van Dokkum uitgevoerd door het Vocaal Ensemble Bonifatius, werden koor, solozangers en instrumentalisten zodanig boven de materie opgetild, dat er als het ware op vleugels werd gemusiceerd.
Op dé vleugel musiceerde de componist zelf. Hij deed dit als invaller voor een plotseling ziek geworden pianist tamelijk onvoorbereid, maar bleek al gauw een geweldige promotor van zijn eigen werk te zijn.
Evenals dirigent Jeroen Helder, die de touwtjes stevig in handen had en iedereen wat zang- en speltechniek betreft met beide benen op de grond hield, was hij een constante factor in een geheel van wisselende combinaties van het koor met de solozangers Marijke Beute (sopraan) en Ben Brunt (bariton) en de instrumentalisten Fiona van der Marel (dwarsfluit), Wilma Jongsma (hobo) en Gerben Jongsma (marimba).
Zingend brachten koor en solisten veertien – twee maal zoveel als het aantal door Tjitske Dijkstra gevouwen kraanvogels in de kerk – gedichten over vrede, vrijheid en vogels tot leven.
Het betrof syllabische teksten, met voor ieder woord een toon, in het Nederlands, Fries, Duits en Spaans van respectievelijk Ida Gerhardt, Tjits Peanstra, Akke Brouwer, Harmke Tjepkema-Lolkema, Nico Frijda, Anneke Wittermans, Tiny Mulder, Rutger Kopland, Hannie Michaelis, Lucebert, Rosa Ausländer, Vasalis, Casper de Jong en Pablo Neruda. Alhoewel de teksten niet woordelijk te volgen waren, kwamen ze dankzij hun gevoelswaarde en de daarop afgestemde vertolking heel goed aan.
De leden van het koor kleurden alles zo perfect uitgebalanceerd en homogeen in, dat de schoonheid en de intentie van de compositie ten volle duidelijk werd. Qua dynamiek waren koor en instrumentaal ensemble steeds een mooi geheel, ook bij muzikale climaxen, die de nodige energie vergden. Pas bij het allerlaatste, lange vredeslied raakte de energie van het koor helaas enigszins op.
Zowel de vocale solisten als de instrumentalisten leverden topprestaties.
De sopraan en de bariton zongen hun partijen met warmte en overtuiging en zetten zich, behalve bij de mezzo-hoogte van de sopraan, stevig teweer tegenover het begeleidend ensemble, met daarin vaak felle marimbaklanken.
De instrumentalisten speelden nagenoeg foutloos en zeer bevlogen, waarbij ‘Vogels’ eruit sprong. Wat een alertheid en wat een timing!
Verbonden de muzikale intermezzi de gezongen teksten tot een hecht geheel, de gesproken intermezzi (teksten van bijvoorbeeld Etty Hillesum) deden, los van de kwaliteit en de voordracht, eerder het omgekeerde. Ze maakten de compositie jammer genoeg overcompleet.
Meesters van Troost februari 2024
Recensie Rennie Veenstra Nieuwsblad van Noordoost Friesland, 06 februari 2024
Eendrachtige zang Vocaal Ensemble Bonifatius
Sinds enkele maanden is Jeroen Helder de dirigent van het Vocaal Ensemble Bonifatius. Een op en top Dokkumer koor, dat het eerste concert onder leiding van de nieuwe leidsman dan ook graag in Dokkum zou hebben gegeven. Helaas maakte een dubbele boeking van de Grote Kerk in Dokkum de vervulling van deze wens onmogelijk en daarom week men uit naar de Kruiskerk in Burgum.
Een pracht van een concertlocatie overigens, die zondagmiddag de zangbezieling zeker ten goede kwam.
Het koor zong een grote variëteit aan stukken van verschillende componisten en uit diverse stijlperiodes. Hoewel ze werden gezongen onder één thema, namelijk ‘Meesters van de troost’, vergde het van de vocalisten enorm veel flexibiliteit om binnen het niet-chronologische programma telkens weer te switchen van eeuw naar eeuw.
Hoe moeilijk echter ook, het koor fikste het en hoe! En wat was het een genot voor het publiek om modernere muziek in goed gedoseerde porties opgediend te krijgen te midden van oudere composities.
Vanaf een ‘Kyrie’ van Beethoven tot en met een ‘Amen’ van Gibbons werden alle werken zeer eendrachtig uitgevoerd, kreeg de dynamiek volop aandacht, werden frases zorgvuldig begonnen en afgemaakt en resoneerden de voorbijkomende ‘m’-s en ‘n’-s aan het slot meer dan klankvol.
Waren de stukken a capella, zoals ‘Agnus Dei’ van Byrd of ‘Ubi caritas’ van Ola Gjeilo, dan werkte men al luisterend naar elkaar naar de best mogelijke prestatie toe, en was er sprake van begeleiding (door Jochem Schuurman op orgel of piano), zoals bij ‘Cantique de Jean Racine’ van Fauré, dan zong men prachtige, daarop gebaseerde en stuttende, akkoorden.
Soms genoten de koorleden zodanig van de eigen klank, dat ze net iets te lang op iets moois bleven hangen. Gelukkig trok de dirigent ze dan telkens weer op tijd met zich mee.
Als (uitstekende) zanger participeerde Jeroen Helder in de kwintetzang bij ‘Remember not, Lord, our offences’ van Purcell en in ‘Sfogava con le stelle’ van Monteverdi. Samen met de sopranen Johanna Bart en Eline Jongsma, de mezzosopraan Maria Boeschoten en de bariton Hans de Wolf zorgde hij voor loepzuivere, klankrijke, maar vooral evenwichtige vertolkingen.
Solistisch speelde hij een rol in Allegri’s bijzonder moeilijke ‘Miserere mei’, waarin hij in wisselzang met het koor en het solistenkwartet te horen was. Het hemelse stuk, met tot aan de hemel reikende en bijna niet op te brengen hoge sopraantonen, voldeed in vrijwel alle opzichten, hetgeen ook gold voor een tweetal orgelintermezzo’s van Jochem Schuurman. Meesterlijke zang en troostvol spel.
The Passion of Christ maart 2023
Recensie Rennie Veenstra Nieuwsblad van Noordoost Friesland, 28 maart 2023
Wonderschone hymnenpracht
Afscheidsconcert dirigent Hans Algra van Vocaal Ensemble Bonifatius
Met uitvoeringen van ‘The Passion of Christ’ van Sir Arthur Somervell, zaterdagavond in de Grote Kerk in Dokkum en zondagmiddag in de Kruiskerk in Burgum, nam dirigent Hans Algra na twintig jaar afscheid van het Vocaal Ensemble Bonifatius.
Algra trainde het koor jarenlang in goed uitgebalanceerde harmonische samenzang en dat betaalde zich zaterdagavond vooral uit in acht wonderschone hymnenvertolkingen. Sommervell (1863-1937) gaf de hymnen in zijn compositie een plek te midden van andere koorstukken, recitatieven en aria’s en daarin hebben ze eenzelfde functie als de koralen in Bachs ‘Matthäus Passion’.
De evenwichtige compositie, met evenveel nadruk op zowel koor- als solowerk, beschrijft vanaf het openingskoor tot en met de slothymne Jezus’ laatste uren op aarde, beginnend met het laatste avondmaal en eindigend met de zeven kruiswoorden.
Van een vlekkeloos begin was in Dokkum helaas geen sprake, want microfoonproblemen leidden tot een behoorlijk verlaat welkomstwoord en tot het niet meteen collectief kunnen oppakken van het tempo van het openingskoor.
Mede dankzij de sturende orgelpartij van Jochem Schuurman kwam alles snel weer in het gareel en daarna kwamen het koor en de solisten Christy Luth (sopraan), Laurent Nadal (tenor) en Ben Brunt (bas) telkens tot prima prestaties.
Aan Schuurmans gedegen orgelspel hadden alle vocalisten een enorme steun en de organist wist met bescheiden recitatief-begeleidingen evenveel positieve aandacht op zich te vestigen als met notenrijke koorfundamenten.
Ben Brunt en Laurent Nadal wisselden elkaar respectievelijk in de rol van Jezus en verteller geregeld af en hun stemmen waren aan elkaar gewaagd. Ben vertolkte zijn aandeel met een prachtig timbre en een dragend stemgeluid en Laurent zong helder, met een goede dictie en, na een enkel intonatiefoutje aan het begin, zuiver.
Christy Luth moest als sopraan soms zo laag zingen, dat haar stem ietwat wegviel. In het hogere register kon zij beter uit de voeten en was zij met haar welluidende stem zelfs boven het koor uit goed te horen.
Zoals gezegd, muntte het koor uit in de vertolking van de hymnen. Dat betekent echter niet, dat de andere koorstukken minder boeiden. Aan dynamiek en spanningsopbouw werd zorgvuldig gewerkt, aan rustpunten werd niet voorbijgegaan en de tekst- en karakteruitbeelding gaf veel reliëf aan het geheel. Heel af en toe hadden de tenoren wat moeite met de hoge noten, maar zij weerden zich als kleine groep krachtig in het grote totaal.
Heel knap van het koor was het feit, dat men ook zonder voorspel de juiste begintoon wist te vinden na een recitatief. Zelfs na een rust van enkele seconden. Hulde!
Siel fan it Lanskip november 2019
Recensie Rennie Veenstra Nieuwsblad van Noordoost Friesland, 19 november 2019
Friese poëzie centraal
Uit de kelen en monden van de leden van het Vocaal Ensemble Bonifatius kwamen zaterdagavond in de Grote Kerk in Dokkum louter Friese taalklanken.
Het koor boog zich al zingend, onder leiding van Hans Algra, over de landschapspoëzie van Obe Postma en de scheppingspoëzie van Eppie Dam.
Het leverde een lied- oftewel koraalachtig geheel op, waaraan pianist Henk-Doeke Odinga als continu in actie zijnde instrumentalist in belangrijke mate bijdroeg. Hij gaf met zijn vaardige toetsenspel kleur aan eigen composities, maar ook aan die van Frank van Nimwegen en Jan de Jong.
Soms ging hij mee met de rustig gezongen koorzinnen, soms zette hij er met flair een drukke partij tegenaan, zoals heel fraai en toepasselijk bij ‘Yn ‘e ûngetiid’. Hij was zeer bepalend voor de sfeer van de liederen en zorgde ook voor stiltes van betekenis daar tussenin.
Het koor was op zijn best in de gezamenlijke meerstemmigheid. Gelukkig was daarvan over het algemeen sprake en bleef een niet exacte of onzuivere inzet een uitzondering.
Aangezien polyfonie nauwelijks in de composities voorkwam, waren de teksten redelijk verstaanbaar. Echt goed te volgen waren ‘De hege dyk’ en ‘Myn bestean’. In die beide bezongen gedichten voegde de taal zonder meer een dimensie toe.
Van goed verstaanbaar Fries was zeker sprake bij de compositie ‘Ut genegen fjoer’. Aan deze in 2011 al eerder uitgevoerde scheppingscompositie, gemaakt door dichter Eppie Dam en musicus Jan de Jong op basis van schilderijen van Jan Kooistra, werd, behalve door de pianist, meegewerkt door mezzo-sopraan Netty Otter, bariton Ben Brunt en klarinettiste Jannie Reijenga.
Doeke Sijens was verantwoordelijk voor het gesproken scheppingsverhaal. Hij gaf zijn woorden welluidend gestalte en sloot wat dat betreft mooi aan bij het muzikale geheel.
Een geheel met veel variatie en met een schitterende rol daarin voor de klarinettiste. Alle lof voor Jannie Reijenga, die met loopjes, trillers en wat dies meer zij, heel goed raad wist en die met een voortreffelijk timbre haar partijen speelde.
Samen met de pianist gaf zij zodanige impulsen aan de koor- en solozang, dat deze er alle baat bij had.
Netty Otter en Ben Brunt zongen hun aandeel uitstekend. Netty met name in het hoge register en Ben over de gehele linie.
Ze reageerden alert op de koorpassages, zoals ook het koor op zijn beurt alert reageerde op de solopassages.
Vocaal en instrumentaal was met name het slotlied een groot feest. Het zal vast nog lang in ieders oren naklinken.
o.
Requiem Kerstvloed 1717 november 2017
Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 21 november 2017, pagina 11.
Geslaagde wereldpremière Bonifatius
Onder de titel ‘Vreeselike Waatermagten’ zette het Vocaal Ensemble Bonifatius zaterdagavond in de Grote Kerk in Dokkum een requiem neer, dat nog nooit eerder ergens anders werd uitgevoerd.
DOKKUM — De compositie, ter nagedachtenis van de kerstvloed van 1717, werd speciaal voor het koor geschreven door Henk-Doeke Odinga en hij was het ook, die tijdens de première van het werk de pianobegeleiding verzorgde. Samen en soms in afwisseling met het strijkkwartet ‘Regina Forte’ zette hij de instrumentale toon voor de totale klankkleur, waarbinnen het koor, onder leiding van Hans Algra, zijn draai moest zien te vinden.
Dat lukte wonderwel, naar alle waarschijnlijkheid vooral ten gevolge van het feit, dat het koor elk woord welbewust zong. Zowel de Friese, Nederlandse en Duitse liedteksten van dichters als Obe Postma, Lucebert en Heide Dethloff als de Latijnse requiemtekst werden uitstekend voorgedragen, zodat de inhoud ervan ten volle overkwam. De zang voegde zich naar de begeleiding en andersom en daardoor kwam men gezamenlijk tot een juiste sfeer van dreiging, droefheid, angst en wat er nog meer komt kijken bij zaken als storm, zee, dijken en overstroming. Elke vorm van samenklank, de harmonieuze dan wel de dissonante, maakte men tot een weldadige.
Één van de hoogtepunten was ‘Sangen fan de see’ van Douwe Kalma. Daarin was de variatie op één en hetzelfde deinende ritme overvloedig, om het maar eens in de terminologie van dit werk uit te drukken.
Het mooiste solistische moment was de vertolking van het lied ‘O kerstnacht, schooner dan de daegen’. Het ging vooraf aan het requiem, waarin Femke de Boer (alt) en Ben Brunt (bariton) een tamelijk prominente rol hadden, en werd door dit duo onvergetelijk mooi gezongen. Femke en Ben bleken overigens over de gehele linie als solisten goed aan elkaar gewaagd. Ze beschikken allebei over een bijzonder fraai timbre, hebben een uitmuntende dictie en weten binnen de dynamiek hun geluid goed gedoseerd te stuwen.
Wat zou het fijn zijn geweest, wanneer zij stem hadden gegeven aan een tekst van Lucebert, die wel in het programmaboekje stond, maar slechts instrumentaal werd weergegeven. Ja, er was wel sprake van een solistisch gezongen tekst van Lucebert, maar die stond op zijn beurt weer niet in het boekje.
Wat de puur instrumentale intermezzi betreft, deze waren over het algemeen zeer de moeite waard. Ook het historische verhaal van Douwe Kootstra was prachtig. Het boeide zeer vanwege diens stem en verteltrant. Helaas remde het door de lengte enigszins de muzikale voortgang van het geheel.
RENNIE VEENSTRA
Love Unknown april 2017
Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 04 april 2017
Bijzonder passieconcert Vocaal Ensemble Bonifatius
Foto Sjoerd Hania
DOKKUM — Een compositie, bestaande uit zeven delen, heeft als schepping getalsmatig de volmaaktheid al in zich en behoeft ‘alleen nog maar’ een goede uitvoering om werkelijk perfect te zijn. Zo’n goede uitvoering viel zaterdagavond de zevendelige passiecantate ‘Love Unknown’ van de Britse componist Malcolm Archer (1952) ten deel in de Grote Kerk in Dokkum, waar het Vocaal Ensemble Bonifatius de koorpartijen ervan voor zijn rekening nam en twee solisten de overige teksten (van Edwin Le Grice) muzikaal neerzetten.
Aangezien de solistische bijdragen aan het werk in ruime mate de koorbijdragen overtroffen, was het fijn, dat sopraan Christy Luth en bariton Jan Willem Baljet het aanhoren meer dan waard waren. Of zij nu zongen over Jezus, dan wel over de Barmhartige Samaritaan, Jona, Jacob of Adam en Eva, zij deden dit met een welluidende stem en een goede voordracht.
Christy, die een zeer flexibele stem bezit en met haar mooie mezzoklank een groot bereik heeft, werd bij zachtere passages wel eens wat overstemd door de orgelbegeleiding, maar bracht voortdurend een mooie lijn aan in haar verhaal. Die lijn ontbrak er soms bij Jan Willem. Met zijn prachtige timbre en zijn grote volume benadrukte hij af en toe teveel een enkel woord in plaats van aan de hele zin te denken.
Organist Jochem Schuurman ondersteunde ofwel met een enkel akkoord ofwel met een zelfstandige orgelpartij, die als het ware fraai duetteerde met de solistenpartij. Qua maat en tempo hield dirigent Hans Algra de organist, die boven zat, en de solist, die beneden stond, bij elkaar. Zo behield hij gedurende het gehele concert zijn functie, ondanks het feit, dat het koor vaker niet dan wel van zich liet horen. Jammer, dat de componist het koor geen grotere rol gunde. Voor een koor is het namelijk bepaald niet gemakkelijk om alert te blijven na grote pauze-intervallen. Dat in aanmerking genomen, is een groot compliment op zijn plaats voor het Vocaal Ensemble Bonifatius. Alles wat het koor zong, hymnen, korte – soms a capella – reacties op de solisten en een enkele zelfstandige koorpassage, klonk werkelijk schitterend. Zeker, de verhouding (te weinig) mannen- (te veel) vrouwen klopt niet helemaal bij dit koor, maar dat werd door de orgelbegeleiding helemaal goedgemaakt.
De organist bleek als begeleider zeer betrouwbaar en liet in een drietal orgelpreludes horen, dat hij de sfeer van de erop volgende vocale onderdelen uitstekend voorvoelde.
Tekst: Rennie Veenstra
Les sept paroles du Christ sur la croix maart 2016
Met een zevenluik van schilderrijen werd zaterdagavond het ‘Les sept paroles du Christ sur la Croix’ van Cesar Franck opgevoerd door Vocaal Ensemble Bonifatius, bijgestaan door solisten werd het een genot voor het oor. Voor de pauze werden er de werken Tantum Ergo, Ave Verum en Cantique Racine van Gabriel Faure ten gehore gebracht. Gabriel Faure was koordirigent en daarna organist (1896) in de Parijse Madeleinekerk. hij schreef ook nog een requiem.
De zeven kruiswoorden. Beeldend kunstenaar Jan Kooistra vertelde over de Zeven kruiswoorden, een schilderijreeks over de zeven laatste zinnen die Christus uitspreekt tijdens de kruisiging. Deze zinnen worden uitgesproken in de vier Bijbelboeken Lucas, Johannes, Markus en Mattheus. Door de belgisch/Frans componist, pianist, organist, dirigent en muziekpedagoog Cesar Franck is waarschijnlijk in 1859 het werk ‘Les sept paroles du Chirst sur la Croix’ geschreven
In 1977 ontdekt in de bibliotheek van Luik. De geboorteplaats van Franck. De zeven kruiswoorden; vergeving, heilsverwachting, medelijden, verlatenheid, lijden, verlossing en Godsvertrouwen zijn door Franck in langzaam tempi gecomponeerd. Opvallende elementen in de compositie zijn de opera-achtige arioso-delen voor solisten en koor, zij geven de compositie een onverwacht frivole wending.
Vocale en instrumentale solisten. Het werk werd instrumentaal ondersteund door Carl visser op piano, Annegreet Rouw op harp en Hanneke Rouw op cello. De vocale solisten waren; sopraan Miranda van Kralingen, tenor John Zuckerman en bariton Willem de Vries. Het was een genot voor het oor en oog hoe dirigent Hans Algra het publiek mee nam in de laatste woorden van Christus tijdens zijn lijden. Het publiek gaf daarna een groot applaus, waar stilte eigenlijk op zijn plaats was.
Herdenkingsconcert mei 2015
Nieuwsblad van Noordoost Friesland, 05 mei 2015
Herdenkingsconcert: constante kwaliteit
Tekst: Rennie Veenstra
‘Dy’t mei triennen siedzje, sille sjongend sichtsje’ is een regel uit psalm 126, die gegraveerd staat op het oorlogsmonument op het Noorderbolwerk in Dokkum.
BUITENPOST — De tekst is door componist Wim van Ligtenberg gebruikt in zijn compositie ‘Requiem Frisicum’, dat hij in opdracht van het Vocaal Ensemble Bonifatius uit Dokkum schreef ter nagedachtenis van de Nederlandse burgers, die op 22 januari 1945 in Dokkum werden gefusilleerd.
Het aan Hans Algra, dirigent van genoemd ensemble, opgedragen werk beleefde vrijdagavond zijn première in de Mariakerk in Buitenpost, in aanwezigheid van de componist.
Psalm 126 staat niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk centraal in Van Ligtenbergs viertalige compositie, waarin Paulo Folkertsma kleurrijk declameerde en het koor elke samenklank tot muziek in het kwadraat verhief. Mezzo-sopraan Netty Otter verleende met hoge noten de koorzang extra glans en was puur solistisch in de lagere regionen ook terdege op haar post.
Het instrumentale Jongsmatrio (Rianne – fluit, Wilma – hobo en Arjan – slagwerk) voegde vaardig en vooral sfeervol het nodige toe en op Jochem Schuurman, die het kistorgel bespeelde, kon iedereen blindvaren.
Het stijlvolle werk, waarin de verschillende onderdelen prachtig in elkaar grijpen, werd uitgevoerd na muziek van Karl Jenkins, John Rutter, Jonathan Willcocks, Frank van Nimwegen, Maurice Ravel, Paulus Folkertsma, Bernard Smilde en Jan de Jong.
Behalve in Ravels compositie, bespeelde Jochem Schuurman daarbij steeds de piano en hij deed dat voor een organist met een verrassend pianistisch toucher en muzikaal zeer verantwoord.
Het koor zong continu eendrachtig en hecht en soms (bij Jenkins’ In Paradisum) zodanig, dat stemsoorten an sich geen issue meer waren.
Alleen in ‘Bea om frede’ van Bernard Smilde, een bewerking van Bachs ‘Aria op de G-snaar’, was de koorklank iets minder, maar dat lag deels ook aan onzuiverheid bij de fluitpartij. Was de fluitiste enigszins vermoeid geraakt door de eraan voorafgaande werken?
Samen met haar zus op hobo, haar broer op marimba en Jochem op kistorgel had zij namelijk in een perfecte cadans, virtuoos en wervelend eerder twee delen uit Ravels ‘Le Tombeau de Couperin’ neergezet en (Jochem deed daarbij niet mee) een belangrijke en mooie rol gespeeld in het door Paulo Folkertsma gedeclameerde ‘Fijân, mei dyn wreed geweld’ van Paulus Folkertsma.
Met name in Jenkins’ Stabat Mater kregen melancholieke melodieën, een oorlogsherdenkingsconcert waardig, heel fraai gestalte. Soliste Netty Otter wist er goed getimbreerd mee om te gaan en ook de hoboïste voorzag met haar althobo dit soort partijen van een toepasselijke weemoed.
© Foto: Derk Schoonhoven Fotografie
o.
Passieconcert april 2014
Nieuwsblad van Noordoost Friesland, 07 april 2014
Perfect Passieconcert
Vocaal Ensemble Bonifatius zong recent Passiewerk. Foto FDS Fotopress
Vocaal Ensemble Bonifatius trad zaterdag buiten de gebaande paden met twee recente Passiewerken.
DOKKUM — De Dokkumers zongen het in 2011 door Alan Bulard vervaardigde ‘Wondrous Cross’ en het in 2008 in première gegane ‘Stabat Mater’ van Karl Jenkins. ‘Wondrous Cross’, gebaseerd op de zeven kruiswoorden van Christus, bevat weliswaar een bekende spiritual en enkele achttiende-eeuwse hymnes, maar bestaat verder uit nieuw en eigentijds materiaal. Materiaal, waarmee het koor en ook de solisten Ben Brunt (bariton), Netty Otter (mezzo-sopraan) en Agnes van Laar (sopraan) heel goed raad wisten. En bij alle onderdelen mocht de vertolking er zijn. Dirigent Hans Algra inspireerde een ieder zodanig, dat men in alle opzichten gelijke tred hield met de kleur- en accentrijke pianopartij van Johan Bijhold.
Bijhold maakte bij ‘Stabat Mater’, samen met Arjan Jongsma (slagwerk), Rianne Jongsma (fluit) en Wilma Jongsma (hobo), deel uit van het begeleidend ensemble. Een ronduit voortreffelijk ensemble, dat nu eens indringend ritmisch uitpakte, dan weer in melodische en harmonische zin toepasselijke penseelstreken aanbracht ter illustratie van de sfeer.
Het koor overschreeuwde zich nergens in de extase en wist deze bovendien telkens met gemak om te buigen naar mildheid en lieflijkheid. Temidden van een nagenoeg ‘perpetuum mobile’ in Sancta Mater zorgde het koor met het collectief scanderen van de titelwoorden voor een perfecte balans en bij de passage ‘And the Mother did weep’ was er sprake van ragfijn imitatiewerk. In bijna letterlijk schril contrast tot de klassieke zang van Netty Otter en Agnes van Laar stonden de klankuitingen van stemkunstenares Greetje Bijma. Met hoorbare glottisslagen en andere in de klassieke zang verboden technieken bracht zij op onnavolgbare wijze Arabische en Aramese teksten tot klinken. Haar duet met Netty Otter was een hoogtepunt, zij het in tranen opwekkende en verdriet veroorzakende zin.
Een hoogtepunt in de zin van versmelting van koor en ensemble was het slot van de compositie. In ‘Paradisi Gloria’ ging het vocale element volledig in het instrumentale op en andersom. In één woord: Indrukwekkend!
RENNIE VEENSTRA
Een volmaakte dag januari 2013
Nieuwsblad van Noordoost Friesland, 28 januari 2013
Bijzonder evangelie
In de Grote kerk van Dokkum ging zaterdagavond Een Volmaakte Dag van Jan de Jong in première, naar het Evangelie van Filippus.
Tekst: Rennie Veenstra
Ook de toeschouwers zongen mee tijdens de première van Een Volmaakte Dag. Foto FDS Fotopress
DOKKUM — Het Evangelie van Filippus, in 1945 door een boer gevonden in Egypte en niet behorend tot de Bijbelse canon, bevat in totaal 127 teksten. Een twintigtal daarvan zette componist Jan de Jong op muziek en als zodanig beleefden ze zaterdagavond hun première in de Grote Kerk in Dokkum.
Voor de koorzettingen tekende het Vocaal Ensemble Bonifatius, voor de soli mezzosopraan Netty Otter en bariton Ben Brunt en voor de volks- oftewel gemeentezang het gemeentekoor van de Protestantse gemeente Tjalleberd-De Knipe, aangevuld met concertbezoekers.
Componist Jan de Jong, tevens dirigent van genoemd gemeentekoor, zat tijdens het concert op de eerste rij en hield de richtingen van alle medewerkers nauwlettend in de gaten. Ook die van zijn vrouw Antje, die de spreekteksten voor haar rekening nam.
Voor het welslagen van het geheel, getiteld ‘Een volmaakte dag’, was in eerste instantie dirigent Hans Algra verantwoordelijk. Om beurtelings iedereen te laten zingen en spelen – Johan Bijhold zorgde voor de pianobegeleiding en Jacqueline Ebbers voor de fluitpartijen – zag hij af van een al te statische houding en toonde hij het publiek afwisselend zijn rug, silhouet en gezicht.
Het koor zong de tekstvertalingen van Pieter Oussoren en de liedteksten van Maria de Groot in een goed uitgebalanceerde meerstemmigheid, die in harmonisch opzicht nu eens traditioneel, dan weer tamelijk modern aandeed. In de sporadisch voorkomende polyfonie waren de partijen transparant en in de veel voorkomende homofonie goed gedoseerd op elkaar afgestemd.
Qua zeggingskracht was het koor op z’n best in de a capella-zang. Hierin kreeg de tekst meer ruimte dan in de begeleide koorzang, waarin met name de schitterend gespeelde fluitpartij de aandacht trok.
Ook de geweldig mooie pianobegeleiding leidde af van het woord, maar attendeerde daarentegen soms ook op het woord: gaat het nu over water, gaat het hier over licht?
Zoals bijna bij alle kooruitvoeringen het geval is, waren ook nu slechts de kernwoorden verstaanbaar. Zeker, het programmaboekje bood wat dat betreft uitkomst, maar toch…
Zelfs de solisten waren niet altijd duidelijk te verstaan. Netty Otter liet haar klank vooral bepalen door de klinkers, waardoor woorden niet scherp werden afgebakend en Ben Brunt moest wat betreft zijn dictie een noodzakelijke deal sluiten met een vaak nogal traag tempo.
Aan elkaar gewaagd waren de solisten zeker. Klankkleur en dynamiek kwamen goed overeen, zowel in de beurtzang als in de duetten.
De bijdrage van het publiek aan het concert viel wat tegen. Maar wat wil je ook! Niet iedereen kan prima vista van noten zingen en dat was hier beslist wel nodig.
o.
Passieconcert "Love Unknown"
Út genegen fjoer mei 2011
Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 19 november 2019, pagina 7
Dirigent Hans Algra, klarinettiste Jannie Reijenga en de solisten Netty Otter en Ben Brunt. Foto Sjoerd Hania
Friese poëzie centraal
Uit de kelen en monden van de leden van het Vocaal Ensemble Bonifatius kwamen zaterdagavond in de Grote Kerk in Dokkum louter Friese taalklanken.
DOKKUM — Het koor boog zich al zingend, onder leiding van Hans Algra, over de landschapspoëzie van Obe Postma en de scheppingspoëzie van Eppie Dam.
Het leverde een lied- oftewel koraalachtig geheel op, waaraan pianist Henk-Doeke Odinga als continu in actie zijnde instrumentalist in belangrijke mate bijdroeg.
Hij gaf met zijn vaardige toetsenspel kleur aan eigen composities, maar ook aan die van Frank van Nimwegen en Jan de Jong. Soms ging hij mee met de rustig gezongen koorzinnen, soms zette hij er met flair een drukke partij tegenaan, zoals heel fraai en toepasselijk bij ‘Yn ‘e ûngetiid’. Hij was zeer bepalend voor de sfeer van de liederen en zorgde ook voor stiltes van betekenis daar tussenin.
Het koor was op zijn best in de gezamenlijke meerstemmigheid. Gelukkig was daarvan over het algemeen sprake en bleef een niet exacte of onzuivere inzet een uitzondering.
Aangezien polyfonie nauwelijks in de composities voorkwam, waren de teksten redelijk verstaanbaar. Echt goed te volgen waren ‘De hege dyk’ en ‘Myn bestean’. In die beide bezongen gedichten voegde de taal zonder meer een dimensie toe.
Van goed verstaanbaar Fries was zeker sprake bij de compositie ‘Ut genegen fjoer’. Aan deze in 2011 al eerder uitgevoerde scheppingscompositie, gemaakt door dichter Eppie Dam en musicus Jan de Jong op basis van schilderijen van Jan Kooistra, werd, behalve door de pianist, meegewerkt door mezzo-sopraan Netty Otter, bariton Ben Brunt en klarinettiste Jannie Reijenga.
Doeke Sijens was verantwoordelijk voor het gesproken scheppingsverhaal. Hij gaf zijn woorden welluidend gestalte en sloot wat dat betreft mooi aan bij het muzikale geheel.
Een geheel met veel variatie en met een schitterende rol daarin voor de klarinettiste. Alle lof voor Jannie Reijenga, die met loopjes, trillers en wat dies meer zij, heel goed raad wist en die met een voortreffelijk timbre haar partijen speelde.
Samen met de pianist gaf zij zodanige impulsen aan de koor- en solozang, dat deze er alle baat bij had.
Netty Otter en Ben Brunt zongen hun aandeel uitstekend. Netty met name in het hoge register en Ben over de gehele linie.
Ze reageerden alert op de koorpassages, zoals ook het koor op zijn beurt alert reageerde op de solopassages.
Vocaal en instrumentaal was met name het slotlied een groot feest. Het zal vast nog lang in ieders oren naklinken.
Rennie Veenstra
